Over het Personeel

Naar aanleiding van de hervorming van de civiele veiligheid is in 2015 onder andere het administratief en het geldelijk statuut voor de brandweer geüniformiseerd. Dit betekent bijvoorbeeld dat al het brandweerpersoneel van eenzelfde graad over dezelfde verloning, voordelen en verlof beschikt, ook als ze niet voor dezelfde hulpverleningszone werken. Het nieuwe statuut is niet van toepassing op het brandweerpersoneel dat ervoor koos om zijn gemeentelijk geldelijk statuut te behouden.

Het statuut van professioneel en vrijwillig personeel van brandweer verschilt wel nog op bepaalde punten. Deze verschillen zijn er gekomen door de aparte situatie van de vrijwillige brandweermannen: zij hebben immers een ander hoofdberoep. Omdat zij niet voltijds voor de brandweer werken en ook niet vast benoemd zijn maar zelf bepalen wanneer zij beschikbaar zijn, worden bepaalde verloven of specifieke regelingen (wedertewerkstelling, eindeloopbaanregeling) voor hen niet voorzien. Maar het vrijwillig brandweerpersoneel geniet wel een fiscale vrijstelling en een vrijstelling van sociale zekerheidsbijdragen om hun engagement tegenover de samenleving  te belonen.

Om het brandweerpersoneel te helpen haar weg te vinden in het nieuwe statuut, sommen we hieronder de voornaamste punten op en vermelden we waar ze terug te vinden zijn  in de koninklijke besluiten.

Het administratief en geldelijk statuut van de brandweer staat uitgebreid beschreven in:

VERLONING EN VOORDELEN

Het geldelijk statuut van de brandweer is vastgelegd in het koninklijk besluit van 19 april 2014 over de bezoldigingsregeling van het operationeel personeel. Hieronder krijg je een lijst van de bepalingen rond de verloning en voordelen van zowel professioneel als vrijwillig brandweerpersoneel met vermelding van de juiste artikels in het koninklijk besluit waar je meer informatie kan terugvinden. Let wel: de zoneraad kan nog extra voordelen of vergoedingen vastleggen, binnen de grenzen en onder de voorwaarden van het koninklijk besluit van 19 april 2014.

BEROEPSPERSONEEL

Wedde

De jaarwedde van beroepspersoneel van de brandweer hangt af van zijn graad, zijn dienstjaren (zijn ‘geldelijke anciënniteit’) en de rang binnen zijn weddeschaal.
De tabellen met de weddeschalen per graad vind je als bijlage 1 van het geldelijk statuut.

Toelagen

Als beroepspersoneel van de brandweer kan je zes verschillende toelagen krijgen:

  • een haard- en standplaatstoelage, een eindejaarstoelage en vakantiegeld, onder dezelfde voorwaarden als de federale ambtenaren.
  • een operationaliteitspremie. Het bedrag hiervan hangt af van je graad en het aantal uren dat je gewerkt hebt.
  • als je minstens 90 dagen ononderbroken een hogere functie uitoefent, ontvang je hiervoor ook een toelage.
  • een diplomatoelage. De zoneraad bepaalt welke voorwaarden aan deze toelage verbonden zijn.

Meer details: art. 25-31 van het geldelijk statuut

Bevordering in weddeschaal

Of je binnen je weddeschaal naar een hogere rang kan gaan, hangt af van de dienstjaren in je huidige weddeschaal, van het resultaat van je evaluatie en of je genoeg opleiding hebt gevolgd.

Meer details: art. 12-19 van het geldelijk statuut

VRIJWILLIG PERSONEEL

Prestatievergoeding

Omdat je als vrijwilliger werkt, krijg je geen ‘loon’ maar een ‘vergoeding’ die afhangt van je graad. Voor de berekening van de vergoeding worden meegeteld: de wachtdiensten in de kazerne, de interventies, de preventie, administratieve of logistieke taken, oefeningen en opleidingen.
De tabellen met de bedragen van de uurlonen per graad vind je als bijlage 2 van het geldelijk statuut.

Meer details: art. 32-37 van het geldelijk statuut

Toelagen

Als vrijwillig personeel van de brandweer kan je drie verschillende toelagen krijgen:

  • een diplomatoelage. De zoneraad bepaalt welke voorwaarden aan deze toelage verbonden zijn.
  • een toelage voor onregelmatige prestaties. De zoneraad bepaalt de bedragen hiervan.
  • wanneer een vrijwilliger minstens 90 dagen ononderbroken een hogere functie uitoefent, ontvangt hij hiervoor ook een toelage.

Meer details: art. 38-44 van het geldelijk statuut

Fiscale en RSZ-vrijstelling

Als je vrijwillig brandweerpersoneel bent, geniet je van een fiscale vrijstelling en een vrijstelling van sociale zekerheidsbijdragen omdat je jezelf ten dienste stelt van de bevolking.

Meer details: in de fiscale wetgeving (art. 36, 12° wetboek inkomstenbelasting) en de sociale zekerheidswetgeving (art. 17 quater koninklijk besluit 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders)

VERLOVEN EN AFWEZIGHEDEN

Verloven van beroepspersoneel zijn vastgelegd in het administratief statuut van brandweer. Hieronder vind je een overzicht van de verloven en afwezigheden. Voor het vrijwillig personeel kan je hier meer uitleg vinden over de organisatie van de diensttijd en de opschorting van de benoeming.

BEROEPSPERSONEEL

Jaarlijks verlof

Het aantal dagen verlof waarop je recht hebt, hangt af van je leeftijd: ben je jonger dan 50, dan heb je 26 verlofdagen. Ben je ouder dan 50, dan krijg je per jaar één extra verlofdag. Je krijgt ook nog 3 extra verlofdagen die samenvallen met lokale feestdagen binnen de zone en de zoneraad kan 1 of 2 extra verlofdagen per jaar toekennen.

Meer details: art. 195-200 van het administratief statuut

Dienstvrijstellingen

Voor sommige activiteiten mag je tijdens de diensturen voor een bepaalde tijd afwezig zijn, bijv. wanneer je als getuige wordt opgeroepen voor een rechtbank.
De zoneraad kan extra dienstvrijstellingen vastleggen.

Meer details: art. 205, 206 en 216 van het administratief statuut

Andere verloven of afwezigheden

Je hebt ook recht op andere verloven, deze vind je terug in de overzichtstabel afwezigheden.

Afwezigheid wegens ziekte

Elk beroepspersoneelslid kan jaarlijks gebruik maken van 21 betaalde ziektedagen. Dit aantal wordt in sommige gevallen verminderd.
Wanneer je ziektedagen opgebruikt zijn en je nog steeds ziek bent, word je in disponibiliteit gesteld. Je ontvangt dan een wachtgeld van 60% van je loon.

Meer details: art. 223-239 van het administratief statuut

Schorsing in het belang van de dienst

Wanneer je strafrechtelijk vervolgd wordt of een tuchtsanctie riskeert omwille van een zware fout, kan de zoneraad jou preventief schorsen. Dit is geen tuchtsanctie maar een ordemaatregel in het belang van de dienst.

Meer details: art. 297 van het administratief statuut

VRIJWILLIG PERSONEEL

Organisatie van de diensttijd

Doordat je als vrijwillig brandweerpersoneel een hoofdberoep hebt en zelf aan de zone doorgeeft wanneer je beschikbaar bent en kan opgeroepen worden,  gelden er voor jou specifieke regels voor de dienst- en rusttijden. Zo mag je over een periode van 12 maanden bekeken maximaal 24 uren per week werken en mag een werkperiode nooit langer zijn dan 24 uren, behalve bij een noodsituatie. Voor een periode van 7 dagen heb je in principe recht op 36 uren ononderbroken rust. Van deze regel kan worden afgeweken op voorwaarde dat de rust wordt toegekend binnen de 14 dagen.

Meer details: art. 174-180 van het administratief statuut

Opschorting van de benoeming

Je kan als vrijwillig personeelslid geen loopbaanonderbreking nemen. Je kan wel aan de zoneraad vragen om je benoeming op te schorten voor een periode tussen 6 maanden en 2 jaar.

Meer details: art. 246 van het administratief statuut

Schorsing in het belang van de dienst

Wanneer je strafrechtelijk vervolgd wordt of een tuchtsanctie riskeert omwille van een zware fout, kan de zoneraad jou preventief schorsen. Dit is geen tuchtsanctie maar een ordemaatregel in het belang van de dienst.

Meer details: art. 297 van het administratief statuut

FUNCTIEBESCHRIJVINGEN

Ministerieel besluitvan 8 oktober 2016 tot vaststelling van de functiebeschrijvingen van het operationeel personeel van de hulpverleningszones

EVALUATIE

Presentatie evaluatie (ppt 2Mo)

Een goed evaluatiesysteem stimuleert de communicatie tussen jou en je functionele chef. Je zoekt samen naar een manier om je competenties te ontwikkelen en tegelijk de doelstellingen van de dienst te bereiken.
De regeling is dezelfde voor het vrijwillig en het beroepspersoneel. Enkel de zonecommandant en de stagiairs hebben een apart evaluatiesysteem. Een evaluatieperiode duurt 2 jaar.

Meer details: art. 152 – 173 van het administratief statuut

Verloop van de evaluatieperiode

Een functiegesprek

Aan het begin van een evaluatieperiode heb je een functiegesprek met je functionele chef. Tijdens dit gesprek worden de doelstellingen vastgelegd die je moet bereiken en bespreken jullie de punten waarop je zal geëvalueerd worden. Je chef maakt hiervan een verslag op.

Een functioneringsgesprek

Als jij of je functionele chef het nodig vinden, kan er tijdens de evaluatieperiode een functioneringsgesprek gepland worden. Tijdens dit gesprek kan bv. gezocht worden naar oplossingen voor problemen die je ondervindt om de doelstellingen te bereiken. Eventueel kunnen de doelstellingen uit het functiegesprek worden aangepast.

Een evaluatiegesprek

Op het einde van de evaluatieperiode hebben jij en je functionele chef een evaluatiegesprek. Hier wordt gekeken of de doelstellingen bereikt zijn. Je chef maakt een evaluatieverslag op met als resultaat ‘voldoende’, ‘te verbeteren’ of ‘onvoldoende’. Jij kan opmerkingen aan dit verslag toevoegen als je dat wil.

Een nieuw functiegesprek

Op het einde van het evaluatiegesprek maken jullie afspraken voor de volgende evaluatieperiode in een nieuw functiegesprek.

Meer details: art. 156 – 164 van het administratief statuut

Wat bij een negatieve evaluatie?

Als je niet akkoord gaat met het resultaat van je evaluatie, kan je beroep indienen bij een evaluatiecommissie, die wordt voorgezeten door de zonecommandant.
Wanneer je in een periode van drie jaar twee keer een ‘onvoldoende’ als resultaat hebt gekregen, spreekt de zoneraad je ontslag uit. Als je hiermee niet akkoord gaat, kan je beroep indienen bij een federale beroepskamer.

Meer details: art. 165 – 171 van het administratief statuut

Reglementering :

LOOPBAAN

Hieronder beschrijven we je doorgroeimogelijkheden als brandweerpersoneel, zowel binnen je zone als naar andere zones.

Bevordering: naar een hogere graad

Als vrijwillig en professioneel brandweerpersoneel kan je overgaan naar een hogere graad. Hiervoor moet je voldoen aan een aantal voorwaarden qua opleiding, evaluatie, anciënniteit, graad… Wil je meedoen aan een bevorderingsprocedure? Je kan deze voorwaarden terugvinden in het administratief statuut.

Meer details: art. 56 van het administratief statuut

Je kan ook overgaan naar een hogere graad in een andere zone, dit heet dan ‘bevordering door mobiliteit’.

Meer details: art. 87-88 van het administratief statuut

Opgelet: ben je beroepspersoneelslid dan kan je je enkel kandidaat stellen voor vacante beroepsplaatsen. Ben je vrijwillig personeelslid dan kan je je enkel kandidaat stellen voor vacante vrijwilligersplaatsen, tenzij de plaats ook wordt opengesteld voor vrijwilligers in het kader van professionalisering. 

Meer details: art. 55, art. 90 tweede lid en art. 107 tweede lid van het administratief statuut

Mobiliteit: naar een andere zone

Als je in een andere zone wil werken, kan je je huidige graad en weddeschaal of prestatievergoedingsschaal behouden. Of je kan overgaan naar een andere zone hangt onder meer af van je graadanciënniteit en je laatste evaluatie.
Wil je graag in een andere zone werken? Kijk dan geregeld op de website van de zone waar je wil werken of op de jobs-pagina van deze website want daar vind je de oproepen voor de plaatsen die worden open gesteld voor mobiliteit.

Meer details: art. 67-83 van het administratief statuut

Opgelet: ben je beroepspersoneelslid dan kan je je enkel kandidaat stellen voor een vacante beroepsplaats. Ben je vrijwillig personeelslid dan kan je je enkel kandidaat stellen voor een vacante vrijwilligersplaats, tenzij de plaats ook wordt opengesteld voor vrijwilligers in het kader van professionalisering.

Professionalisering: van vrijwilliger naar beroeps

Als vrijwillig personeelslid kan je overgaan naar een vacante plaats binnen het beroepspersoneel van je zone terwijl je je huidige graad behoudt. Je kan ook beroeps worden in een andere zone, dan combineer je een professionalisering met mobiliteit. Voor je beroepspersoneel kan worden, moet je slagen voor een proef en –stage.

Meer details: art. 92-109 van het administratief statuut

Wedertewerkstelling: naar lichtere operationele taken  of administratieve, technische of logistieke taken

Wanneer de dokter oordeelt dat je job als brandweerman te zwaar geworden is voor je gezondheid of wanneer je dit zelf vraagt, kan de zoneraad toelaten dat je  lichtere operationele taken of administratieve, technische of logistieke taken uitvoert.
Opgelet: de regeling van wedertewerkstelling geldt enkel voor het beroepspersoneel.

Meer details: art. 110-123 van  het administratief statuut

EINDE LOOPBAAN

Vrijwillig brandweerpersoneel heeft op bepaalde punten een ander statuut dan het beroepspersoneel. Deze verschillen zijn er gekomen door de situatie van de vrijwillige brandweerman, die al een hoofdberoep heeft. Omdat hij niet voltijds voor de brandweer werkt en ook niet vast benoemd is maar zelf bepaalt wanneer hij beschikbaar is, worden bepaalde regelingen zoals wedertewerkstelling en een eindeloopbaanregeling voor hem niet voorzien. De zoneraad kan wel een erkentelijkheidstoelage toekennen aan de vrijwillige brandweermannen na een eervol ontslag.

BEROEPSPERSONEEL

Om te kunnen genieten van het eindeloopbaansysteem moet je voldoen aan een aantal voorwaarden. Deze staan beschreven in artikel 125 van het administratief statuut. Wanneer je hieraan voldoet, kan je een aanvraag indienen bij de zoneraad voor een van de volgende maatregelen:

Een lichtere, aangepaste taak

Als je gevraagd hebt om een lichtere operationele taak of een administratieve, technische of logistieke taak te krijgen die aangepast is aan je profiel en mogelijkheden, dan ben je verplicht om je pensioen aan te vragen wanneer je de leeftijd hebt bereikt die nodig is voor het vervroegd pensioen.

Meer details: art. 126-130 van het administratief statuut

Verlof voorafgaand aan het pensioen

Wanneer een lichtere, aangepaste taak niet mogelijk is, kan de zoneraad een verlof voorafgaand aan het pensioen toekennen.  Je bent dan verplicht om je pensioen aan te vragen wanneer je de leeftijd hebt bereikt die nodig is voor het vervroegd pensioen.

Meer details: art. 131-136 van het administratief statuut

Pensioen

Als beroepsbrandweerman val je onder dezelfde pensioenregeling als de andere ambtenaren, maar je pensioen wordt voordeliger berekend. Waar voor andere ambtenaren elk gepresteerd jaar slechts voor 1/60ste meetelt voor de berekening van hun pensioen, is dit voor de brandweer 1/50ste en dit voor alle jaren waar je “rechtstreeks hebt deelgenomen aan de brandbestrijding”. Het bedrag van je pensioen is dus hoger. Je pensioenleeftijd blijft wel dezelfde als die van de andere ambtenaren.

Meer details: art. 51 van de wet van 5 mei 2014 houdende diverse aangelegenheden inzake de pensioenen van de overheidssector

Einde van het ambt

Je job als beroepspersoneelslid kan op verschillende manieren eindigen: door zelf je ontslag te geven, door je (al dan niet eervol) ontslag te krijgen, door afzetting of wanneer je definitief medisch ongeschikt wordt verklaard.

Meer details: art. 300 van het administratief statuut

VRIJWILLIG PERSONEEL

De eindeloopbaanregeling voor het vrijwillig brandweerpersoneel is anders dan die voor het beroepspersoneel, omdat dit niet hun hoofdberoep is. Als vrijwillig personeelslid kan je geen lichtere taak vragen. Je hebt ook geen recht op een pensioen. De zoneraad kan wel een erkentelijkheidspremie toekennen.

Einde van het ambt

Je job als vrijwillig personeelslid kan op verschillende manieren eindigen: door zelf je ontslag te geven, door je (al dan niet eervol) ontslag te krijgen, door afzetting of wanneer je benoeming niet vernieuwd wordt.

Meer details: art. 301 van het administratief statuut

Erkentelijkheidstoelage

Als vrijwillig brandweerman kan je een toelage krijgen als je eervol ontslagen wordt. Het is de zoneraad die hierover autonoom beslist.

Meer details: art. 46 van het geldelijk statuut

TUCHTREGELING

Als personeelslid heb je rechten maar ook plichten. Om in alle sereniteit te kunnen werken is het immers nodig dat je de regels volgt die je werkgever, de hulpverleningszone, oplegt.
Het administratief statuut bepaalt een aantal te volgen procedures en sancties voor wie de regels niet naleeft. Een tuchtstraf moet in verhouding staan tot de ernst van de feiten, zij  wordt geval per geval uitgesproken. De tuchtregeling geldt voor alle personeelsleden, met inbegrip van de stagiairs en de zonecommandant.

Hieronder vind je een algemeen overzicht van de soorten inbreuken en sancties, en van de te volgen procedure.

Meer details: art. 247-279 van het administratief statuut

Tuchtprocedure

Wanneer je tekort komt aan je beroepsplichten of dingen doet die de waardigheid van je beroep in het gedrang kunnen brengen, kan het zonecollege of de zoneraad een tuchtsanctie opleggen. Voordat een tuchtsanctie wordt opgelegd, moet je als personeelslid op de hoogte gebracht worden van de feiten die jou ten laste gelegd worden. Je moet ook vooraf gehoord worden en je mag je laten bijstaan door iemand die je zelf kiest.

Meer details: art. 248-279 van het administratief statuut