Nieuws

Na de aanpassingen aan het advies van de Raad van State, heeft de Ministerraad op 6 november 2015 na een tweede en definitieve lezing het ontwerp van Koninklijk Besluit betreffende de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten definitief goedgekeurd.

Dit Koninklijk Besluit heeft een belangrijke vernieuwing en modernisering van de brandweeropleidingen tot gevolg en treedt op 1 januari 2016 in werking.

 

 

Dit materieel kan ingezet worden in het geval van incidenten van chemische, biologische, radiologische of nucleaire aard (CBRN). Het budget is onderdeel van een interdepartementale provisie voor het vrijwaren van de veiligheid van de burger en wordt verdeeld onder hulp- en veiligheidsdiensten, zoals politie en defensie, voor niet-structurele investeringen.

De Ministerraad heeft op vrijdag 21 februari 2014, in tweede lezing, op voorstel van de minister van Binnenlandse Zaken, de teksten betreffende het nieuwe administratief en geldelijk statuut van de toekomstige operationele leden van de hulpverleningszones goedgekeurd.

Hervorming

De hervorming van de Civiele Veiligheid (met name brandweer en Civiele Bescherming) heeft drie belangrijke doelstellingen:

  • een optimale organisatie van de hulpverlening aan de bevolking
  • het vergroten van de veiligheid van burgers en hulpverleners
  • professionalisering van het werkkader voor de leden van de hulpdiensten, inzake opleiding, materieel, standaard operationele procedures, uniform statuut van beroeps en vrijwilligers van brandweer…

De basisprincipes die gehanteerd worden bij de uitwerking van de hervorming van de civiele veiligheid zijn de volgende:

  • een uniforme werkwijze, waarbij alle brandweerkorpsen (hulpverleningszones) op eenzelfde, efficiënte en veilige manier tussenkomen bij interventies.
  • een doorgedreven samenwerking en efficiëntere taakverdeling tussen hulpverleningszones, en tussen zones en eenheden van de Civiele Bescherming.
  • Innovatie, waarbij de beste middelen, opleidingen, procedures en regelgeving onderzocht worden en best practices uitgewisseld kunnen worden.
  • een uniformisering en herwaardering van het administratief en geldelijk statuut van de beroeps- en vrijwillige brandweermannen.
  • Schaalvergroting, met een efficiëntere besteding van budget tot gevolg.

In de Wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid worden de principes van organisatie en werking van de brandweer en de Civiele Bescherming bepaald.

34 hulpverleningszones

De organisatie van de brandweer gaat op 1/1/2016 volledig over van een gemeentelijke organisatie naar een zonaal systeem. Het Koninklijk Besluit over de hulpverleningszones verdeelt België in 34 hulpverleningszones.

Contactgegevens hulpverleningszones - Update 21/06/2016

Kaarten van de 34 hulpverleningszones (pdf)

Meer informatie over de hulpverleningszones kan je terugvinden in:

Uitvoering van de hervorming

FAQ HERVORMING

Operationele prezones

De operationele prezones zijn de tijdelijke voorlopers van de hulpverleningszones. Deze hebben sinds eind 2012 rechtspersoonlijkheid. Hierdoor kunnen de brandweerkorpsen op het terrein beter en efficiënter samenwerken en de federale dotaties beheren. Als een prezone materieel aankoopt, behoort dit sindsdien toe aan de hele zone en niet langer aan een gemeente. Zij mogen sinds begin 2014 bovendien ook personeel aanwerven.

Sinds 1/1/2014 kunnen alle operationele prezones die er klaar voor zijn beslissen om hulpverleningszone te worden, zij kunnen dan partnerovereenkomsten sluiten met andere hulpverleningszones, maar ook met de operationele eenheden van de Civiele Bescherming, politiezones, provincies… Op 1/1/2016 zullen alle prezones officieel hulpverleningszone worden.

Meer informatie over de prezones kan je terugvinden in de FAQ operationele prezones en in de “good practices operationele prezones”.

Wettelijke basis

 

Snelste adequate hulpverlening

Dit principe betekent dat het brandweerkorps dat het snelst op de plaats van een schadegeval kan zijn, tussenkomt. Vroeger was het enkel het territoriaal bevoegde brandweerkorps dat tussenkwam, ongeacht of een ander brandweerkorps eigenlijk sneller op de plaats van het incident kon zijn. Het principe van snelste adequate hulp wordt al sinds 2007 in de praktijk toegepast.

In 2012 is een Koninklijk Besluit aangenomen dat de minimale voorwaarden van de snelste adequate hulp en van de adequate middelen bepaald. De prezones en hulpverleningszones hebben tot 31 december 2017 om de nodige maatregelen te nemen om te voldoen aan de voorwaarden voorzien in dit Besluit.

Wettelijke basis

 

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Een Koninklijk Besluit over de minimale normen voor de persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen verplicht de brandweerzones de nodige beschermingsmiddelen aan te kopen en ter beschikking te stellen van hun brandweermensen, in functie van de interventie en van het risico dat de interventie inhoudt.  Dit is een zeer belangrijke tekst die de hulpverleningszones eindelijk verplicht de adequate beschermingsmiddelen ter beschikking te stellen van hun brandweermensen.

De individuele basisuitrusting (die afhankelijk van het soort interventie aangevuld kan of moet worden met een bijkomende uitrusting) is de brandweerkledij die bestaat uit:

  • een beschermende vest en broek
  • interventieschoenen
  • een brandweerhelm met lamp
  • beschermende handschoenen
  • een positioneringsriem en/of gereedschapsriem vullen deze kledij aan

Naargelang de risico’s, zijn ook twee varianten op de individuele basisuitrusting voorzien:

  • de technische uitrusting die beter geschikt is bij niet-brandinterventies
  • de interventiekledij dringende medische hulp

Wettelijke basis

  • Koninklijk Besluit van 30 augustus 2013 tot vaststelling van de minimale normen betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen en collectieve beschermingsmiddelen. - B.S. 19/09/2013 - addendum 11/12/2013
 

Risicoanalyse

De hulpverleningszones moeten een meerjarenbeleidsplan en een operationeel organisatieschema opstellen, rekening houdend met de risico’s in hun zone. De eerste stap hierbij is het opstellen van een risicoanalyse.

We onderscheiden twee soorten risico’s:

  • terugkerende risico’s zijn gebaseerd op statistieken van incidenten uit de afgelopen jaren. Het gaat hierbij om het aantal branden, dringende geneeskundige interventies en andere dringende en niet-dringende interventies. Hieruit kunnen o.a. risicogebieden afgeleid worden, zoals straten met veel oude gebouwen of industrie.
  • punctuele risico’s zijn natuurlijke, industriële of maatschappelijke risico’s, risicogebouwen of risico’s m.b.t. transport. Enkele voorbeelden hiervan zijn waterlopen, chemische bedrijven, massamanifestaties, ziekenhuizen en spoorwegen.

In het Koninklijk Besluit over de risicoanalyse is vastgelegd hoe de risicoanalyse gemaakt moet worden. Ze moet behalve een beschrijving van het grondgebied steeds een inventaris en evaluatie van de risico’s op het grondgebied van de hulpverleningszone bevatten. Dit wordt aangevuld met kaartmateriaal en de middelen die de zone voorziet om aan deze risico’s tegemoet te komen. De uiteindelijke doelstelling van deze risicoanalyse is om zoveel mogelijk risico’s af te dekken door de locatie van de posten, het materieel en de rekrutering van beroepspersoneel en vrijwilligers hierop af te stemmen.

Wettelijke basis

  • Koninklijk Besluit van 14 oktober 2013 tot vaststelling van de inhoud en de minimale voorwaarden van de risicoanalyse bedoeld in artikel 5, derde lid, van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid. - B.S. 30/10/2013 - Update 10/2014
 

De zoneraad

De zoneraad bestaat uit alle burgemeesters van de gemeenten van de zone. De burgemeester is van rechtswege lid van de raad.
Binnen de zoneraad heeft elke burgemeester één stem, behalve bij stemmingen over de begrotingsopmaak, wijzigingen aan de begroting en de jaarrekeningen. In deze gevallen heeft elke burgemeester een evenredig aantal stemmen met de dotatie van zijn/haar gemeente aan de zone. Een koninklijk besluit van 10 juli 2013 legt de berekeningsmodaliteiten vast van het aantal stemmen waarover een zonale adviseur beschikt binnen de raad van de hulpverleningszone.
Een koninklijk besluit van 28 februari 2014 bepaalt bovendien de voorwaarden waaronder een zonale adviseur van een hulpverleningszone die omwille van een handicap zijn/haar mandaat niet alleen kan uitoefenen, zich kan laten bijstaan door een vertrouwenspersoon.

Wettelijke basis

  • Koninklijk Besluit van 10 juli 2013 betreffende de berekening van het aantal stemmen waarover een zoneraadslid beschikt in de raad van de hulpverleningszone. - B.S. 25/07/2013 - Update 10/2014
  • Koninklijk Besluit van 28 februari 2014 betreffende de voorwaarden waarvoor een zoneraadslid van een hulpverleningszone die, ingevolge een handicap niet zelfstandig zijn mandaat kan vervullen, zich voor de uitoefening van dit mandaat kan laten bijstaan door een vertrouwenspersoon. - B.S. 15/04/2014 - Update 10/2014
 

Personeelsbeleid van de hulpverleningszones

Een Koninklijk Besluit bepaalt de minimale administratieve en operationele functies die het organigram van de zone moet bevatten om het beheer van de zone te verzekeren en om de in het meerjarenbeleidsplan gedefinieerde doelstellingen te bereiken.

De hulpverleningszones worden aangespoord om de middelen onder elkaar te verdelen en om contacten te leggen met andere instanties (gemeenten, provincie, politiezone) om van alle nuttige diensten te kunnen genieten en, in het bijzonder van een administratieve ondersteuning, tegen geringe kosten.

Wettelijke basis

 

Rechtshulp

Het personeelslid van de zone dat gedagvaard wordt voor handelingen die gedaan werden bij de uitoefening van zijn/haar functies, geniet rechtshulp van een advocaat ten laste van de zone. Dit personeelslid geniet eveneens van een vergoeding ten laste van de zone van de tijdens zijn/haar functies geleden schade aan goederen. Een koninklijk besluit bepaalt de voorwaarden waaronder de rechtshulp en de vergoeding van goederen ten laste genomen worden door de hulpverleningszone.

Wettelijke basis

 

Meerjarenbeleidsplan en operationeel organisatieschema van de hulpverleningszones

Twee Koninklijke Besluiten hebben betrekking op respectievelijk het meerjarenbeleidsplan en het operationeel organisatieschema. Het meerjarenbeleidsplan bevat de visie voor een hulpverleningszone voor zes jaar, onder andere op het vlak van prioriteiten, personeelsbeleid, middelen en posten. De zoneraad stelt dit document op.

Het operationeel organisatieschema bevat de meer concrete doelstellingen, prioriteiten en de praktische werking van een hulpverleningszone, om aan het meerjarenbeleidsplan te kunnen voldoen. De zonecommandant stelt het organisatieschema op.

Wettelijke basis

 

Samenwerking met de provincie en inwerkingtredingsbepalingen (wet & KB’s)

Dit koninklijk besluit beoogt 3 zaken:

  • Uitvoering van artikel 21/1 van de wet van 15 mei 2007: dit artikel voorziet dat de zone een partnerschapsovereenkomst met de provincie kan tekenen zodat de provincie bepaalde opdrachten voor de zone kan uitvoeren. De modaliteiten van deze overeenkomst worden bepaald door de Koning.
  • De datum van inwerkingtreding van een aantal reeds genomen koninklijke besluiten aanpassen aan de wijziging van artikel 220 van de wet, zodat zij in werking treden op dezelfde datum als de oprichting van de zones.
  • De inwerkingtreding regelen van de artikelen van de wet die noodzakelijk zijn voor de goede werking van de zones vanaf 1 januari 2015.

Wettelijke basis

 
 

De overdracht van goederen

Het koninklijk besluit wil zowel een model van inventaris van deze goederen aanleveren, als de schattingsregels voor deze zelfde goederen vastleggen.

Deze schattingsregels verschillen naargelang deze goederen roerend, dan wel onroerend zijn.

Wettelijke basis

 

Financiering en Boekhouding van de hulpverleningszones

De financering van de hulpverleningszones

De zones worden gefinancierd door:

  1. de dotaties van de gemeenten van de zone;
  2. de federale dotaties;
  3. de eventuele provinciale dotaties;
  4. de vergoedingen van de opdrachten waarvan de Koning de terugvordering machtigt;
  5. diverse bronnen.

De hulpverleningszones kunnen ook federale subsidies krijgen in 2015 voor de aankoop van materieel.

  • Koninklijk besluit van 6 december 2015 tot bepaling van de voorwaarden van subsidies aan de prezones en aan de hulpverleningszones voor de aankoop van materiaal of het gebruik van een licentie noodzakelijk voor het uitoefenen van hun opdrachten van civiele veiligheid. (B.S. 17/12/2015) - Update 12/2015
  • Ministeriële omzendbrief van 27 oktober 2015 betreffende het ontwerp van koninklijk besluit tot bepaling van de voorwaarden van subsidies aan de prezones en aan de hulpverleningszones voor de aankoop van materiaal of het gebruik van een licentie noodzakelijk voor het uitoefenen van hun opdrachten van civiele veiligheid

Wettelijke basis

Nuttige documenten


De boekhouding van de hulpverleningszones

Een koninklijk besluit bepaalt de budgettaire en boekhoudkundige regels die de boekhouding van de hulpverleningszones moeten regelen.

Wettelijke basis

Trimestriële rapportage

Taakverdeling en opdrachten van de hulpdiensten

Een Koninklijk Besluit van 10 juni 2014 wijzigt de taakverdeling tussen de brandweer en de Civiele Bescherming. Hierbij is er optimaal rekening gehouden met de complementariteit van deze twee hulpdiensten. De brandweer staat in voor de basisopdrachten van de civiele veiligheid, terwijl de Civiele Bescherming de langdurige en gespecialiseerde interventies voor haar rekening neemt. De mogelijkheid wordt gelaten aan hulpverleningszones om, door middel van een samenwerkingsovereenkomst, ook voor een aantal van de basisopdrachten een beroep te doen op een andere hulpverleningszone of op de operationele eenheden van de Civiele Bescherming. Dit als andere middelen nodig zijn dan de minimale middelen, zoals voorzien in bijlage 1 van het Koninklijk Besluit tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de snelste adequate hulp en van de adequate middelen.

Wettelijke basis

Overigens herinnert een omzendbrief van 1 oktober 2014 de opdracht van de hulpverleningszones om de continuïteit van de opdrachten inzake dringende geneeskundige hulp te verzekeren.

 

Brandpreventie

Het Koninklijk Besluit van 19 december 2014 tot vastlegging van de organisatie van de brandpreventie in de hulpverleningszones bepaalt de hoofdtaken van de brandpreventie : sensibiliseren, advies verlenen en controleren.  De zones moeten in eerste instantie de burger informeren en bewust maken van de mogelijke gevaren. Dat doen ze via onder meer preventiecampagnes, infosessies en opendeurdagen. Behalve sensibiliseren moeten de zones ook brandpreventieadvies geven. Dat advies is altijd vrijblijvend. Burgers, architecten, overheden, … kunnen specifieke inlichtingen vragen. Brandpreventiecontroles vinden slechts plaats in het kader van een eventueel overheidsoptreden of ter voorbereiding van een overheidsbeslissing zoals het toekennen van een vergunning of het sluiten van een gebouw. De hulpverleningszones dienen eveneens een actieplan op te stellen waarin ze hun toekomstige brandpreventie-initiatieven opnemen en hun beleid vastleggen.  Het actieplan wordt afgestemd op de kadernota van de FOD Binnenlandse Zaken.

Wettelijke basis

 

Opvorderingen

Overeenkomstig de wet betreffende de civiele veiligheid kunnen de minister van Binnenlandse Zaken, een burgemeester, een zonecommandant of hun respectievelijke afgevaardigden personen of zaken opvorderen, met name in het kader van crisissituaties en het beheer van grote evenementen. Dit kan enkel als de bevoegde openbare diensten niet beschikbaar zijn en als er te weinig middelen zijn. In het verleden heerste er vaak verwarring over wanneer en hoe dit moet gebeuren. Het Koninklijk Besluit van 25 april 2014 verduidelijkt de draagwijdte, de voorwaarden, het statuut van de opgevorderde personen en de vergoeding in geval van een opvordering.

Wettelijke basis

 

Opleiding

De opleiding, en in het bijzonder de voortgezette opleidingen, vormen een essentieel element van de hervorming.

Op 03/03/2016 zijn de experten van het Kenniscentrum voor de Civiele Veiligheid gestart met een tour van de brandweerscholen. Tijdens deze infosessies lichten zij het nieuwe KB opleidingen en de nieuwe brevetopleidingen toe. De begeleidende presentatie “Voorstelling KB opleiding” kan u hier terugvinden.

Wettelijke basis

Statuut van het administratief personeel – uitvoering van artikel 207 van de wet

Artikel 207 van de wet geeft de administratieve personeelsleden overgedragen van de gemeente naar de zone,  de mogelijkheid om onderworpen te blijven aan de bepalingen van hun oude gemeentelijk statuut.

Het Koninklijk Besluit bepaalt dat deze keuze betrekking heeft op:

  • ofwel de geldelijke bepalingen en de sociale voordelen
  • ofwel het gemeentelijk verlofstelsel
  • ofwel beide.

Voor het administratief personeel heeft de Koning enkel een bevoegdheid voor de vaststelling van welke bepalingen vallen onder de keuze voor het oude statuut zoals bepaald in artikel 207 van de wet. De zone beschikt volgens artikel 106, derde lid van de wet over de bevoegdheid tot het vaststellen van het statuut voor het administratief personeel statuut (hierbij inbegrepen de noodzakelijke overgangsmaatregelen en eventuele garanties voor verworven rechten).

 

Begeleidingscommissie van de hervorming van de Civiele Veiligheid

Begin 2015 zijn het merendeel van de voormalige 250 Belgische brandweerkorpsen in het kader van de hervorming van de civiele veiligheid overgegaan tot hulpverleningszones. Bij deze nieuw gevormde zones rijzen vaak nog vragen over de wetgeving, hun organisatie en de financiële aspecten. De Begeleidingscommissie van de hervorming van de Civiele Veiligheid bundelt de vragen waar nog geen antwoord op is, onderzoekt deze en geeft hierover advies aan de minister van Binnenlandse Zaken. De begeleidingscommissie is samengesteld uit vertegenwoordigers van het kabinet van de minister van Binnenlandse Zaken, de Algemene Directie Civiele Veiligheid, de brandweerverenigingen (BVV, FRCSB, Beprobel), de minister van Volksgezondheid, de minister van Begroting, de gouverneurs en hun administratie, de Civiele Bescherming en VVSG en UVWC. De vertegenwoordigers van de raden van zonecommandanten en de vertegenwoordigers van de verenigingen van vrijwilligers zijn als expert opgenomen.

Op zijn vergadering van 2 maart 2016 heeft de begeleidingscommissie zijn huishoudelijk reglement goedgekeurd evenals de vorm waarin punten die de leden op de dagorde willen brengen moeten gecommuniceerd worden (model van fiche).

Wettelijke basis

Verslag van:

 

Reorganisatie Civiele Bescherming

In het kader van de hervorming van de Civiele Veiligheid heeft de Minister van Binnenlandse Zaken beslist de opdrachten van de Civiele Bescherming te heroriënteren zodat de Civiele Bescherming een nog meer gespecialiseerde technische hulpdienst wordt. Deze reorganisatie van de Civiele Bescherming zal gebeuren volgens twee principes:

  • De specialisatie van de opdrachten:
    De ambitie bestaat erin van de Civiele Bescherming een specialistenkorps te maken georganiseerd rond drie clusters: CBRN-incidenten, Search & Rescue en crisisbeheer/zware technische ondersteuning.
  • Een administratief en geldelijk statuut dat afgestemd is op dat van de brandweer:
    Dit nieuwe statuut zal een verbetering zijn voor de operationele personeelsleden.
    Het arbeidstijdreglement van de Civiele Bescherming zal herzien worden
    De positie van de vrijwilligers zal opgewaardeerd worden, zodat specialisten aangetrokken worden.

De minister zal in de komende maanden een gedetailleerde nota voorleggen aan de Ministerraad over deze reorganisatie. Dit zal in overleg en via onderhandeling met de vakorganisaties gebeuren.
Van zodra de regering een beslissing neemt, zullen wij deze op onze website opnemen.

 

Civiele Veiligheid is een onderdeel van de FOD Binnenlandse Zaken